kroket
mannelijk/vrouwelijk (de)/kroˈkɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een rol ragout die gepaneerd en gefrituurd wordtHij at iedere dag met de lunch een kroket.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rol gehakt vlees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863
Vertalingen
Engelscroquette
Franscroquette
Spaanscroqueta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek