kroep
mannelijk (de)/krup/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) ontsteking, difterie van het strottenhoofd
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ziekte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Vertalingen
Spaansdifteria, garrotillo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek