krocht

mannelijk/vrouwelijk (de)/krɔxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verborgen, ondergrondse ruimte, een hol (ook in een figuurlijke zin)
    Jazeker. Bij Morgenstern’s Finest Ice Cream, diep verborgen in de donkere krochten van Manhattans ‘Lower East Side’, worden sinds eind mei pikzwarte bolletjes ijs geserveerd. En dat kon onze honger naar bevroren snoepgoed natuurlijk niet zomaar voorbij laten gaan.de Standaard 10/06/2016 Robin De Clercq
    Theo van Gogh is dood. Dat is de waarheid. Vanuit welke hoek je er ook naar kijkt, vanuit welke krocht van de multiculturele samenleving je het ook beschouwt. Volkskrant Amanda Kluveld 29 januari 2010
  2. ondergrondse kapel

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘spelonk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelscave