kritiek
vrouwelijk (de)/kriˈtik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitingen waarmee bepaald gedrag, een bepaalde zienswijze e.d. van anderen worden veroordeeld of in twijfel getrokkenEr kwam zware kritiek op het optreden van de troepen.Het vertrek van een reeks hooggeplaatste functionarissen werd op 5 juli ingeluid door minister van Financiën Rishi Sunak en gezondheidsminister Sajid Javid. Het tweetal uitte bij hun vertrek felle kritiek op Johnson. Ze schreven in een verklaring dat de overheid geen "goed, competent en serieus werk" verricht.
- (letterkunde) een document dat kunstzinnig commentaar levert op een optreden, tentoonstelling, boek, film of andere kunstuitingHeb je de kritieken gelezen? Ze zijn erg positief.
Etymologie
* van "critique" "cruciaal, doorslaggevend"
Uitdrukkingen
- De toets der kritiek kunnen doorstaan — Ondanks kritiek standhouden
- Een storm/stortvloed van kritiek — Veel kritiek die bovendien ongeveer tegelijkertijd wordt gegeven
Vertalingen
Engelscriticism, criticism, critical
Franscritique
DuitsKritik, Kritik, kritisch
Spaanscrítico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek