krielkip

vrouwelijk (de)/ˈkrilkɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) hoen uit een ras dat niet groot wordt
  2. scheldwoord (scheldwoord) klein persoon
    Kleine mensen vinden het niet leuk om "krielkip" genoemd te worden.

Vertalingen

Engelsbantam hen, midget
Franspoule naine, gringalet
DuitsZwerghuhn, Persönchen
Spaansgallina pigmea, enana