krielkip
vrouwelijk (de)/ˈkrilkɪp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) hoen uit een ras dat niet groot wordt
- (scheldwoord) klein persoonKleine mensen vinden het niet leuk om "krielkip" genoemd te worden.
Vertalingen
Engelsbantam hen, midget
Franspoule naine, gringalet
DuitsZwerghuhn, Persönchen
Spaansgallina pigmea, enana
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek