kreeftachtigen

/ˈkreftʔɑxtəɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een klasse van de stam van de geleedpotigen waartoe de krabben, kreeften, garnalen, krill, pissebedden en zeepokken behoren
    Er zijn zeker zo'n 50.000 kreeftachtigen in de wereld.

Etymologie

*"kreeftachtige" met de uitgang -en