kredietbrief

mannelijk (de)/krəˈdidbrif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. brief waarmee men kan aantonen dat men kredietwaardig is; brief waarmee men kan aantonen dat men te vertrouwen is
    Bijna 20 miljoen euro wilde ze lenen. Ze kon een (vervalste) kredietbrief van de UBS Bank in Zwitserland overleggen en toonde rekeningoverzichten waarop haar ‘vermogen’ stond, staat in de aanklacht te lezen schrijft persbureau AP.