krauwel

mannelijk (de)/ˈkrɑuwəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drietandige haak
  2. klauw van een vogel met kromme nagels

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "crauwel" van Oudnederlands "krauwilo"

Vertalingen

Engelscanterbury hoe