krauwel
mannelijk (de)/ˈkrɑuwəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drietandige haak
- klauw van een vogel met kromme nagels
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "crauwel" van Oudnederlands "krauwilo"
Vertalingen
Engelscanterbury hoe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek