krans
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een rondgaande versiering, met name rond een hoofd of topEen krans van laurierbladeren was een Romeinse onderscheiding voor een zege.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ring van gevlochten bloemen’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Vertalingen
Engelscircle, crown
Spaanscorona
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek