krans

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rondgaande versiering, met name rond een hoofd of top
    Een krans van laurierbladeren was een Romeinse onderscheiding voor een zege.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ring van gevlochten bloemen’ voor het eerst aangetroffen in 1400

Vertalingen

Engelscircle, crown
Spaanscorona