krankzinnigheid

vrouwelijk (de)/krɑŋkˈsɪnəxhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het lijden aan een geestesziekte

Etymologie

*Afgeleid van krankzinnig .

Vertalingen

Engelsinsanity, lunacy, madness
Spaanslocura