krakken

/ˈkrɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een kort geluid voortbrengen, alsof iets breekt
  2. ov (ov) met een kort geluid of een korte ruk breken
  3. ov (ov) met gaffelvormige stutten ondersteunen

Etymologie

*[B] van "kraka" "ondersteunen" of afgeleid van "krak" [B]