krabbelaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die krabbelt
  2. wintersport (wintersport) beginnend schaatser
  3. scheepvaart (scheepvaart) zeilschip met platte bodem dat gebruikt werd om zeehavens op diepte te houden of zandbanken en andere ondiepten in vaarwegen te verwijderen

Etymologie

* van krabbelen