kraakwacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkrakwɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep tijdelijke huurders die een leegstaand pand bewonen om te voorkomen dat dit gekraakt wordt
    Het is al zo erg geworden met de woningnood dat er al wachtlijsten zijn om voor kraakwacht in aanmerking te komen.