kraakwacht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkrakwɑxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep tijdelijke huurders die een leegstaand pand bewonen om te voorkomen dat dit gekraakt wordtHet is al zo erg geworden met de woningnood dat er al wachtlijsten zijn om voor kraakwacht in aanmerking te komen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek