kraakbeenvissen

/ˈkraɡbeɱˌvɪsə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een klasse
    Haaien en roggen behoren samen tot de zogeheten kraakbeenvissen, evolutionair gezien een oude en stabiele diergroep.

Etymologie

*kraakbeenvis met uitgang -en