kraakbeen
onzijdig (het)/ˈkraɡben/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) een speciale vorm van bindweefsel met een elastisch karakter als gevolg van eigenschappen van de extracellulaire matrixKraakbeen bestaat voornamelijk uit collageenvezels in een matrix van chondroitinesulfaat.
Etymologie
* In de betekenis van ‘buigzaam benig weefsel’ voor het eerst aangetroffen in 1494
Vertalingen
Engelscartilage
Franscartilage
DuitsKnorpel
Spaanscartílago, ternilla
Russischхрящ
Japans軟骨
Turkskıkırdak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek