kraai
mannelijk/vrouwelijk (de)/kraj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) benaming voor vogels uit het geslacht
- bepaald soort zwarte vogel,Kijk, er zit een kraai in de boom!
- (dierengeluid) een kraaiend geluid
- (informeel) iemand van het vrouwelijk geslacht (vaak negatief)
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "craeye" / "craye" van Oudnederlands "kraia", als deel van een naam aangetroffen vanaf 1003, in de betekenis van ‘zangvogel’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- Een vliegende kraai vangt altijd wat — Wie wat rondkijkt en moeite doet, heeft meer resultaat
- Kind noch kraai hebben — Helemaal niets hebben, erg arm zijn
Vertalingen
Engelscrow
Franscorneille
DuitsKrähe
Spaanscorneja, chova
Italiaanscornacchia
Portugeescorvo
Russischворона
Chinees烏鴉, 乌鸦
Japans烏
Koreaans까마귀
Arabischزاغ
Turkskarga
Poolswrona
Zweedskråka
Deenskrage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek