korrel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een enkele zaad van graan
    Voor volkorenbrood gebruikt men meel waarin de gehele korrel is verwerkt..
  2. basisdeeltje waaruit een granulair, korrelig materiaal bestaat
    Bij klei zijn de afzonderlijke korrels uiterst klein.
  3. een richtmiddel (vizier) op een handvuurwapen
    Een pistool of revolver heeft als richtmiddel meestal een keep en een korrel.

Etymologie

*afgeleid van het Middelnederlandse corn(e) of koorn en assimilatie van de -n-

Uitdrukkingen

  • met een korreltje zout nemenniet geheel serieus nemen
  • iemand op de korrel nemeniemand bekritiseren, bespotten

Vertalingen

Engelsgrain, granule
Spaansgrano, gránulo