korenschuur

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schuur voor het opslaan van graan
  2. gebied dat belangrijk is voor de graanvoorziening van een groter gebied
    Reitz, een onooglijk dorpje in de oostelijke Vrijstaat. Een kruispunt met een paar winkels, een benzinepomp en een kroeg, meer niet. En het zwarte township Petsana, veel groter dan Reitz zelf, op een heuvel aan de rand. De Vrijstaat is Zuid-Afrika's belangrijkste landbouwprovincie, de korenschuur. Eindeloze akkers liggen er nu, in de laatste wintermaand, keurig omgeploegd bij. Het wachten is op de eerste lenteregens die het zaai- en pootgoed zullen laten kiemen. NRC Lolke van der Heide 29 augustus 2001

Vertalingen

Engelsgrain storage