koren

onzijdig (het)/ˈkorə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) als gewas geteeld graan

Etymologie

*[B] "koor" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • Dat is koren op zijn molen.

Vertalingen

Engelscorn crop