kopshout

onzijdig (het)/ˈkɔpshɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) het door een dwarsdoorsnede van hout gevormde vlak, loodrecht op de nerf/vezels van het hout, waar de jaarringen of gedeelten daarvan zichtbaar zijn; het vlak dat het kopse hout toont van een boomstam, balk, plank, etc.
    Aan elk uiteinde van een dwars doorgezaagde boomstam ziet men het kopshout.
    "Binnen is het koetshuis licht, ruim en aangenaam, met in het midden een grote mezze-bar onder een royale vide. De muren zijn wit, de vloer is van donker kopshout."