koor
onzijdig (het)/kor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een groep mensen die samen zingen
- (muziek) een muziekstuk om in groep te zingen
- de ruimte van een kerk waar zich het hoofdaltaar bevindt
Etymologie
*Ontleend aan het (Middeleeuws-)Latijnse chorus (reidans, dansgezelschap, koor).
Uitdrukkingen
- in koor zingen — samen zingen
Vertalingen
Engelschorus, choir
Franschœur
DuitsChor, Sängerchor, Chor
Spaanscoro
Italiaanscoro, corale
Portugeescoral, coro
Russischхор
Zweedskor
Deenskor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek