koopmansgeest
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mentaliteit van een handelaarMaar zoals zo vaak kreeg ook hier de koopmansgeest de overhand en lieten de autoriteiten hun bezwaren varen.Sinds hij aan de Utrechtse academie studeert, met Haagse jonkers en Gelderse baronnen, is Gijsbert ijselijk deftig geworden, hij trekt zijn neus op voor de koopmansgeest van de Amsterdamse regenten, hij heeft zijn vader overtuigd dat hij voor de handel niet deugt én zich thans reeds zoveel relaties onder de prinsgezinde magistraten heeft gemaakt, dat hij zich van een vlotte carrière in staatsdienst zeker acht.Het kost uren tijds eer er voor de Amsterdamse manschappen en paarden onderdak is gevonden, eer er met dreigementen en vloeken voedsel en fourage gerekwireerd is van onwillige handelaren, die met de altijd vaardige koopmansgeest van de Hollander proberen uit de komst van de nieuwe troepenmacht een slaatje te slaan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek