koopavond

mannelijk (de)/ˈkopavɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een avond waarop de winkels geopend zijn en er dus inkopen gedaan kunnen worden als de meeste mensen niet werken
    “Mensen winkelen anders dan ze vroeger deden. Op koopavonden komen er nu minder mensen naar de winkel. We passen onze bezetting daarop aan.” NRC Joost Pijpker 20 januari 2016