kookhoek
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van een ruimte of lokaal waar men het eten kan bereidenIn de stal plaatsten de eerste gasten verschillende appartementen. Er is nu ruimte voor drie tot vier gezinnen, met elk een eigen slaapunit. Elk gezin beschikt over een kookhoek in een gemeenschappelijke keuken. Reformatorisch Dagblad Mariska Dijkstra-Wolters 07-05-2004 [https://www.rd.nl/archief/2.727/2.731/voor-het-eerst-een-week-op-vakantie-1.214897 Voor het eerst een week op vakantie]Er is een ICT-lokaal gebouwd, evenals twee leslokalen en een praktijkruimte voor leerlingen van 13 tot 20 jaar. Daar is onder andere een kookhoek en een techniekhoek. De Obadjaschool heeft van overheidswege geen recht op een praktijklokaal. Reformatorisch Dagblad 18-06-2004 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/obadjaschool-zwolle-opent-nieuwe-lokalen-1.219944 Obadjaschool Zwolle opent nieuwe lokalen]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek