Komeet

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie (astronomie) een licht hemellichaam van ijs, gas en stof, zich in een baan ver buiten die van de planeten bewegend, dat bij het naderen van de zon een wolk van gas en gruis in de vorm van een staart ontwikkelt
    Zo is er onder andere een radarinstrument aan boord om de inwendige structuur' van de komeet te onderzoeken.
    De terugkeer van de komeet Halley was een feit.
    Volgens Carsten Dominik van de Universiteit van Amsterdam past het hoge deuteriumgehalte van de Rosetta- komeet veel beter in de bestaande theorieën over de evolutie van het zonnestelsel.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘staartster’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelscomet
Franscomète
DuitsKomet
Spaanscometa
Italiaanscometa
Portugeescometa
Russischкомета
Zweedskomet
Deenskomet