kolonie

vrouwelijk (de)/koˈloni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vestiging van een deel van een bevolking, buiten het eigenlijke territorium van dat volk
    Nederland heeft een groot aantal kolonies gehad.
  2. biologie (biologie) een samenlevingsvorm van dieren
    De kolonie bijen had onder de dakrand een bijenkorf aangelegd.
    Het gaat goed met de flamingostand in het Zwillbrocker Venn. De kolonie van de van oorsprong subtropische grote waadvogels telt dit jaar tussen de 40 en 50 exemplaren. Tubantia Peter Zandee 21-april-2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘nederzetting’ voor het eerst aangetroffen in 1614

Vertalingen

Engelscolony
Spaanscolonia
Poolskolonia