kolken

/ˈkɔlkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) met een draaiiende beweging stijgen of dalen
    Er was al een gat in de dijk gekolkt.
  2. inerg (inerg) overdrachtelijk emotioneel heftig in beweging zijn
    Ik kolkte innerlijk van woede maar wist me gelukkig te beheersen.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het kolken in de tweede betekenis erin.
  4. enz.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->