kolibrie
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gierzwaluwachtigen) een zeer klein vogeltje met een zeer snelle vleugelslag van de familie Trochilidae uit de orde der grootvleugeligen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kolibrie-achtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1705
Vertalingen
Engelshummingbird
Franscolibri, oiseau-mouche
DuitsKolibri
Spaanscolibrí
Italiaanscolibrì
Portugeesbeija-flor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek