kolere

mannelijk/vrouwelijk (de)/koˈlerə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) uitroep van woede, ergernis e.d. waarmee men iemand iets vervelends toewenst
    Krijg de kolere!.
tussenwerpsel
  1. uitroep van afkeer

Etymologie

* Van het Franse colère, als tussenwerpsel/krachtterm voor het eerst aangetroffen in 1950. Tevens een nevenvorm van cholera.