kokoskoek

mannelijk (de)/ˈkokɔsˌkuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een koek op basis van kokos
    Hij heeft kokoskoekjes gebakken voor zijn verjaardag.
  2. een taart op basis van kokos
    Hij heeft een kokoskoek gebakken voor zijn verjaardag.

Vertalingen

Engelscoconut kookie, coconut pie