koffiezaak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɔfiˌzaːk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een horecagelegenheid waar voornamelijk koffie en andere dranken worden geserveerdWe geven elkaar een knuffel en lopen richting een koffiezaak die hij heeft uitgekozen. 'We gaan eerst koffiedrinken,' had hij gezegd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek