kof
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) (historisch) type zeilschip voor binnen- en kustvaart met platte bodem en ronde voor- en achtersteven
- negentiende letter van het alfabet
- getal honderd
- elfde letter van het alfabet
- getal twintig
- (Suriname) omslag onderaan broekspijp
Etymologie
* [6] via kofoe van cuff "manchet"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek