koerier

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) persoon of instantie die berichten, pakjes enz. ophaalt, vervoert en aflevert
    Dit werd hem per koerier bericht.
    Bel de Fietsdienst even voor een koerier om dit pakje weg te brengen

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bode’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620

Vertalingen

Engelsmessenger
Fransmessager
DuitsBote, Kurier
Spaansmensajero