koeler

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een goed geisoleerde tas of bak waarin voorwerpen met ijs koel gehouden kunnen worden
    Vergeet niet de koeler mee te nemen, als we naar het strand gaan.
  2. scheikunde (scheikunde) twee concentrische cilinders waarvan door de buitenste een koelvloeistof gevoerd wordt om de dampen in de binnenste te koelen en/of te doen condenseren
    Meestal wordt het tegenstroomprincipe toegepast en stromen de koelvloeistof en de dampen in een koeler in tegengestelde richting.

Etymologie

* van koelen