koekje
/ˈkukjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordtDe jongens wilden graag een koekje hebben.
Etymologie
*afgeleid van "koek"
Uitdrukkingen
- een koekje van eigen deeg krijgen
- [2] (via New York): cookie
Vertalingen
Engelscookie, biscuit
Fransgâteau sec, biscuit
DuitsKeks
Spaansgalleta
Italiaansbiscotto
Portugeesbolacha, biscoito
Russischпеченье
Chinees饼干
Japansクッキー
Turkskurabiye
Poolsciastko, ciasteczko
Zweedskaka, småkaka
Deenssmåkage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek