koekenaas

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de/het aas van ruiten
    Hij gaf haar de vier papieren rooskens met twee zilveren blaadjes, die hij gewonnen had, kocht een lot van vijftig centiemen, won met koekenaas en koos een zilveren halskettingsken met nen gouden paardekop in nen ring voor haar. Tubantia (1929)– [tijdschrift] Dietsche Warande en Belfort [https://www.dbnl.org/tekst/_die004192901_01/_die004192901_01_0052.php Peutrus door Gerard Walschap.]