koehoorn

mannelijk (de)/ˈkuhorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hoorn van een koe
    Voorts wijdt Espinoza uit over de onvermoede krachten van gemalen koehoorn. En hij vertelt liefdevol over zijn kudde lama's die niet alleen het gras tussen de ranken weg knagen, maar ook voor een natuurlijke bemesting zorgen. Het Parool 13 DECEMBER 2008 [https://www.parool.nl/ps-stadsgids/wijn-kus-van-de-druif~a74544/ Wijn kus van de druif]