koefnoen
mannelijk (de)/kufˈnun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ontbreken van tegenprestatie, nietsImmers, de Vier Mijl is en blijft een wedstrijd om de koefnoen, er staat voor de lopers na het beuren van de startpremies niets meer op het spel.
- (verouderd) iemand met een vrijkaartjeJammer genoeg bleef Coda uitgeschakeld in de voorlaatste scène, die artistiek op niet te verantwoorden gronden gecoupeerd werd (juist een koefnoen eischt dan in de eerste plaats zijn "geld" terug).
Etymologie
[http://dbnl.nl/tekst/_gid001189701_01/_gid001189701_01_0003.php?q=koefnoen "Begrafenis." in: De Gids. jrg. 61 deel 1 (1897) P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam]; p. 87; geraadpleegd 2015-12-29
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek