knuffelbeer
mannelijk (de)/ˈknʏfəlˌber/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (speelgoed) een speelgoedbeer gemaakt van een zachte stof zodat het prettig is hem te aaien en te knuffelenMijn dochter heeft nog steeds een knuffelbeer in bed als ze gaat slapen.
- een mannelijk persoon met de eigenschappen van een knuffelbeer zoals hierboven beschrevenDe handeling speelt zich grotendeels af in tbs-kliniek De Regenboog, waar veel kleurrijke figuren rondlopen. Herre (Cees Geel) vindt alles ‘verskrikkelijk’, Hakim (Maarten Heijmans) ziet in alle vrouwen een hoer en knuffelbeer Flip (Dennis Grotenhuis) tafeltennist het liefst. NRC André Waardenburg 2 juni 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek