knokker
mannelijk (de)/'knɔkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die vechtRutte noemt Roemer een man met overtuigingen, een knokker en hij heeft humor „en dat is een mooie combinatie.” Hij wenst hem alle goeds toe voor de toekomst en zijn opvolger, Lilian Marijnissen, heel veel succes. Reformatorisch Dagblad 13 december 2017 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/rutte-jammer-dat-roemer-vertrekt-1.1453356 Rutte: jammer dat Roemer vertrekt]
- iemand die heel erg zijn best doen en niet snel opgeeft"Vincent is een beloftevolle spits, die erg doelgericht is. Zijn mentaliteit is uitstekend. Het is een knokker die alles uit zijn carrière wil halen. Bij AZ bieden we hem de mogelijkheden om zijn potentie waar te maken", aldus directeur voetbalzaken Earnest Stewart. Het Parool 30 juni 2015 [https://www.parool.nl/sport/az-rondt-transfer-janssen-af~a4091424/ AZ rondt transfer Janssen af]
Etymologie
* van knokken
Vertalingen
Engelshooligan, basher, person tending to start or pick a fight
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek