knoestigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets of iemand ruw en niet afgewerkt isEn daarbij was de biefstuk inderdaad lang niet slecht. De frieten hadden de beloofde Vlaamse knoestigheid.
Etymologie
* afleiding van knoestig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek