knobelen

Betekenis

werkwoord
  1. gokken, dobbelen, knobbelen
    De zaterdag staat in het teken staan van gezellig knobelen onder het genot van een hapje en een drankje. Vooraf wordt er voor de kinderen een lampionoptocht georganiseerd, de stoet zal worden aangevoerd door de kerstman in z'n arrenslee. De knobelavond begint om 19.00 uur, Denekamper verenigingen gebruiken hiervoor de houten kerstkramen. Live muziek vanuit de kerststal moet de gezelligheid nog verhogen.
    Het knobelen rond de vuurkorf met muziek op de achtergrond bleek voor herhaling vatbaar

Etymologie

* afleiding van knobbel