knijpen
/ˈknɛipə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) tussen twee punten druk uitoefenenMam, hij knijpt me weer!Onlangs reed hij nog in de Alpen, naar Val Thorens, finishplaats in de laatste Tourweek. ‘Dit is zwaarder. Die steile stukken hier knijpen je de keel dicht.’
Etymologie
* In de betekenis van ‘druk uitoefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelssqueeze, pinch
Franspincer
Duitskneifen
Spaansapretar, pinzar
Deensknibe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek