kniezer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die boos, verdrietig en verongelijkt isTrots op de benen van iedereen!(we blijven toch geen kniezers)Verliezen is eigenlijk meer ietsvoor verliezers. NRC 10 juli 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/07/10/dichter-des-vaderlands-troost-de-natie-a1467356 Dichter des Vaderlands troost de natie Anne Vegter]“Ik ben een volslagen pessimist. Ik ben het geheel oneens met de schepping, maar ik heb geen keus: de schepping is een dictatuur. Ik kan alleen proberen mezelf erbovenuit te lachen. Ik ben een kniezer, maar ik ontknies mezelf door versjes te maken.” NRC Ivo de Wijs 23 december 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/12/23/bij-het-afscheid-van-kees-stip-de-schepping-is-een-6991545-a330039 Bij het afscheid van Kees Stip; "De schepping is een dictatuur']Van Bracht waagde het na zijn zege kritiek uit te oefenen op Bayer, die hij voor een leugenaar en oplichter uitmaakte die zijn financiële beloften niet nakwam. Voor die uitlatingen moet de Nederlander zich op 12 november verantwoorden, als bij de arrondissementsbank in Den Bosch een door Bayer aangespannen kort geding dient. De affaire Van Bracht werd in Gent uiteindelijk afgedaan met korte, zij het krachtige commentaren, varïerend van “kniezers kunnen we missen” (Depoorter) tot “stom wat Van Bracht gedaan heeft” (Ceulemans). NRC Leon van Eijndhoven 2 november 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/11/02/de-financieel-gelukkige-biljartfamilie-van-werner-7161562-a1274386 De financieel gelukkige biljartfamilie van Werner Bayer]
Etymologie
* van kniezen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek