knielbank
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een soms rijkelijk versierde kerkbank, waaraan een leuning en een trede (ca. 20 cm) is bevestigd aan de voorzijde waarop men kan knielenDe Eindhovense promovenda Dionne Limpens hoopt over twee weken te promoveren op het lokale kerkelijk binnenklimaat. Ze toetste computermodellen in een klimaatkamer. “Het eigenlijke systeem bevindt zich in een kerkje in het dorp Rocca Pietore in de Italiaanse dolomieten”, vertelt zij. “Het zijn verwarmingselementen onder de zittingen en de rugleuningen van de banken en onder de knielbanken. NRC 14 september 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/09/14/warme-kerkbank-is-beter-11193608-a577654 Warme kerkbank is beter]Tussen alle parochianen had ik een moeder van school ontdekt, van wie velen wisten dat ze een affaire met de gymleraar had. Daar zat ze dan, keurig naast d’r nietsvermoedende echtgenoot in de ijskoude kerk. De schone schijn ophoudend, nederig biddend voor vergiffenis. Knieën op de knielbank. Wierook, hosties en kruizen slaan: ik was voorgoed genezen van het geloof en zijn schijnheilige rituelen. De Telegraaf 01 apr. 2018 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/1861940/de-verbazing-was-groot-toen-ik-mijn-kinderen-op-een-katholieke-school-inschreef 'De verbazing was groot toen ik mijn kinderen op een katholieke school inschreef']Ze werd ontdaan van haar karmozijnrode statiemantel en nam onopgesmukt plaats op een knielbank in afwachting van haar consecratie. NRC 27 april 2000 [https://www.nrc.nl/nieuws/2000/04/27/koning-kan-niet-regeren-bij-de-gratie-gods-7492074-a959236 Koning kan niet regeren `bij de gratie Gods']
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek