kneuter

mannelijk (de)/ˈknøtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) bepaald soort vinkachtige,
  2. kind dat laat merken dat het ontevreden is
  3. plaats waar iets is gevouwen of gevouwen is geweest

Etymologie

*: "kneuteren" zonder de uitgang -en