kneuter
mannelijk (de)/ˈknøtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort vinkachtige,
- kind dat laat merken dat het ontevreden is
- plaats waar iets is gevouwen of gevouwen is geweest
Etymologie
*: "kneuteren" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek