kneep
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- listigheid, truc, vaardigheid
Etymologie
* In de betekenis van ‘kunstgreep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1644
Uitdrukkingen
- daar zit de kneep — daar zit de moeilijkheid
- de knepen kennen — de foefjes, trucjes kennen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek