knaagdier
onzijdig (het)/ˈknaɣdir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor dieren uit de orde , vrij kleine zoogdieren met twee paar op beitels lijkende en steeds aangroeiende snijtanden
Etymologie
*, in de betekenis van ‘zoogdier met grote snijtanden’ voor het eerst aangetroffen in 1862 .De knaagdieren zijn genoemd naar hun kenmerkende gebit, dat vier grote, beitelachtige tanden bevat, die uitstekend zijn om aan zaden en ander voedsel te knagen.
Vertalingen
Engelsrodent
Fransrongeur
DuitsNagetier
Spaansroedor
Italiaansroditore
Portugeesroedor
Russischгрызун
Poolsgryzoń
Deensgnaver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek