klop
mannelijk (de)/klɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoorbare slagOlive hoorde een zachte klop op de zolderdeur en ze ging rechtop zitten.
- nederlaag of pak slaag
tussenwerpsel
- het geluid dat ontstaat door met een vingergewricht tegen een hard oppervlak te tikken
Etymologie
*(klanknabootsing)
Vertalingen
Engelsknock
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek