kloostercel

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine ruimte in een klooster waarin een kloosterling slaapt en woont
    De treinkaartjes waren gekocht, hun spullen stonden samengebonden in de kloostercel.
    Er is slechts één personage, de vermogende dandy Des Esseintes, die zich terugtrekt uit het Parijse mondaine leven en in een verfijnd ingerichte kloostercel gaat wonen, op zoek naar pure schoonheid.

Vertalingen

Engelsmonastery cell, convent cell